B1-niveau schrijven: Klare taal? Nee!

Je leest het steeds meer. Mensen krijgen onbegrijpelijke brieven thuisgestuurd door Belastingdienst, gemeenten of andere organisaties en overheidsinstellingen. Onnodig wollig, veel vakjargon en complexe zinnen. Het resultaat? Lezers in de stress want ze begrijpen niet wat ze moeten doen, of ze iets moeten doen en duiken weg.

Gelukkig zien steeds meer organisaties in dat het anders kan en moet. Projectgroepen worden in het leven geroepen om brieven begrijpelijker te herschrijven voor burgers. B1-niveau, ook wel soms Jip-en-Janneke-taal genoemd, is een van de zes taalniveaus die we in Nederland kennen. 

B1-niveau betekent begrijpelijke taal. Denk aan actieve zinnen, korte zinnen, concrete woorden en duidelijke tussenkoppen. Maar B1-niveau zegt eigenlijk niets over de duidelijkheid van teksten. Hoe zit dat dan?

De onzin van schrijven op B1-niveau

Het is ergens wel begrijpelijk hoor, dat de taalniveau-terminologie (A1, A2, B1, B2, C1 en C2) een stevige voet aan de grond heeft gekregen in Nederland. Commerciële taalbureaus gingen ermee aan de haal en verpakten het mooi, met percentages en grafieken over dat zoveel procent van de bevolking je niet begrijpt als je niet op B1-niveau schrijft. Het was blijkbaar een aansprekend verhaal, dat voorzag in een behoefte, als je ziet dat allerlei overheidsorganen de terminologie inmiddels hebben geadopteerd.

Wat is nu het probleem? De genoemde taalniveaus zijn ontwikkeld om de verschillende niveaus van taalvaardigheid van de niet-moedertaalspreker in een moderne vreemde Europese taal te duiden (Jansen, 2013). De officiële naam ervan is ‘Common European Framework of Reference’ (CEFR). Het ERK gaat dus helemaal niet over hoe moeilijk een tekst is en er is ook geen wetenschappelijke onderbouwing voor hoe die taalniveaus samenhangen met tekstkenmerken (Kraf, Lentz & Pander Maat, 2011). Met andere woorden: uit deze taalniveaus is niet af te leiden waar een begrijpelijke tekst aan moet voldoen en er is al helemaal niet uit af te leiden dat een bepaalde percentage van de bevolking een tekst op B1-niveau wél begrijpt. En de taaladviezen die voortkomen uit dit taalniveaubouwwerk zijn vaak veel te kort door de bocht. Bijvoorbeeld het advies: ‘schrijf korte en eenvoudige zinnen’. Uit onderzoek blijkt dat korte zinnen soms juist onbegrijpelijker zijn dan de langere variant, wegens het ontbreken van verbindingswoorden (woordjes als dus, daarom, en, omdat).

Het nieuwe verhaal is begrijpelijke taal!

Heeft het B1-verhaal ons dan niets gebracht? Dat nou ook weer niet. Het is het vaartuig geweest van een belangrijke boodschap: begrijpelijke taal doet ertoe. Gelukkig hebben we B1 niet meer nodig, want er zijn wetenschappelijk onderbouwde methoden en tools voorhanden. Zoals de ISO Plain Language en ISO Plain Language – legal communication. Als je richtlijnen zoekt, zoek ze dan in deze documenten en laat deze richtlijnen het uitgangspunt vormen voor begrijpelijke taal in jouw organisatie. Of raadpleeg de onlangs door de overheid gelanceerde Taalkompas.

Gebruik de ISO en het Taalkompas in combinatie met de leesbaarheidstool van de Universiteit Utrecht: LiNT, waarmee je kunt meten hoe goed jouw tekst scoort – en hoeveel mensen moeite zullen hebben met lezen van jouw tekst. Deze tool is wetenschappelijk onderbouwd én voor iedereen gratis te gebruiken. Een absolute aanrader. Je vraagt een account aan via de website van Gebruiker Centraal. Makkelijker kunnen we het niet maken;-).

Laat een reactie achter